Our House is on Fire, , 2019
Photo and design by Lesley Moore
Photo: Rory Pilgrim


Ons huis staat in brand
Brenda Tempelaar


We flow downstream like a stream should do
Even through crisis – Rory Pilgrim, The Undercurrent

In februari 2019 werd in Davos, Zwitserland het Wereld Economisch Forum georganiseerd – een bijeenkomst van invloedrijke CEO’s en andere maatschappelijke leiders, die ieder jaar collectief werken aan wereldwijde en regionale agenda’s. Dit jaar maakten zij plannen om het klimaatakkoord van Parijs te handhaven en op schone energie over te stappen. Maar voor veel jongeren waren die goede voornemens niet genoeg en zij luidden de noodklok met een protestbeweging. De zestienjarige Zweedse Greta Thunberg sprak op het forum en vroeg om acute verbetering: ‘Our house is on fire. I am here to say, our house is on fire. […] I don’t want you to be hopeful. I want you to panic. I want you to feel the fear I feel every day. And then I want you to act.’ Thunbergs hashtag #FridaysForTheFuture kreeg ook in Boise, Idaho gevolg. Daar werd queer-activist Liam Neupert het gezicht van de studentenstaking. Hij spijbelde iedere vrijdag om bij het stadhuis te pleiten voor meer bestuurlijke initiatieven om klimaatverandering terug te draaien. Tegelijkertijd is Neupert actief in de Add the Words-beweging, die wetgevers moet overhalen om de begrippen sexual orientation (seksuele geaardheid)en gender expression or identity (genderexpressie of -identiteit)toe te voegen aan de antidiscriminatiewet. Alleen door het toevoegen van deze begrippen zou een veilige toekomst voor iedereen bereikbaar worden. 

Toen Rory Pilgrim een open oproep deed aan jongeren uit de omgeving van Boise om deel te nemen aan een workshop over ecologisch bewustzijn in relatie tot begrippen als thuis, onderdak, verlies en aanpassing, meldde Neupert zich ook aan. Pilgrim gaf hem en acht anderen een podium dat fundamenteel anders is dan de microfoon op het Wereld Economisch Forum of het stadhuis in Boise: in zijn workshop werd er namelijk écht naar hen geluisterd.

Onderstroom

De klimaatcrisis treft minderheidsgroepen, zoals de queergemeenschap, harder dan jongeren die niet gemarginaliseerd worden. Dat komt omdat discriminatie op grond van seksualiteit is toegestaan, en ze daardoor minder kans op een stabiel inkomen hebben en ze in hun toegang tot een gezonde leefomgeving worden beperkt. Daarom gingen de gesprekken in Boise niet alleen over ecologisch bewustzijn, maar ook over de belevingswereld en identiteit van deze jongeren in het algemeen. Pilgrim vroeg de jongeren wat voor hen onzichtbaar was. Zij gaven daarop verrassende antwoorden, zoals: de chemie tussen mensen, gemeenschappen op straat en geld. Hun antwoorden geven aan hoe moeilijk het is voor jongeren om gehoord te worden in een ‘rode’ (republikeinse) staat met een ‘blauw’ (democratisch) stadshart. Boise is één van de meest geïsoleerde steden in de Verenigde Staten en de verdeeldheid tussen stad en platteland is groot. De jongeren stuiten niet alleen op een generatiekloof, maar ook op politieke verdeeldheid in een politiek klimaat waarin men niet vooruit maar achteruit denkt, zoals ook duidelijk gemaakt wordt met Trumps campagneslogan Make America Great Again. Weggaan willen de jongeren evenmin; Boise is hun thuis en dat willen zij zo comfortabel mogelijk inrichten voor de volgende generaties. 

Naar aanleiding van de workshops maakte Pilgrim voor de Prix de Rome The Undercurrent, een film waarin de relatie tussen ecologisch bewustzijn en de sociale wortels van de jongeren centraal staat. The Undercurrent verbindt twee uit Boise afkomstige groeperingen – jongeren en daklozen – en laat de meerstemmigheid horen van grote groepen mensen die door de politiek en de overheid over het hoofd worden gezien. De opnames werden vaak gemaakt in een huiselijke setting, als metafoor voor Boise als thuisbasis. Er werden ook opnames gemaakt bij Craters of the Moon, een vulkanisch natuurgebied waar de jongeren hun stemmen als menselijke microfoons over het weidse landschap lieten schallen. De tegenstelling tussen de huiselijke setting en het weidse landschap roept de vraag op waar een veilig thuis begint. Is het een dak boven je hoofd, de grond waarop je opgroeit of de reikwijdte van je stem? 

De tweede verhaallijn in de film toont de daklozengemeenschap in Boise, een andere sociale groep waar relatief weinig naar geluisterd wordt. Pilgrim werkte hiervoor samen met het Interfaith daklozencentrum, waar hij workshops gaf aan zes daklozen en interviews afnam die – noodzakelijkerwijs – vooral buiten werden opgenomen. Ook aan de daklozen vroeg Pilgrim wat voor hen onzichtbaar was, een vraag die onlosmakelijk verbonden is met hun marginale status, aangezien zij op veel plaatsen ter wereld aan het straatbeeld onttrokken worden. 

Net zoals hedendaagse vloggers filmden de workshopdeelnemers zichzelf met hun eigen smartphonecamera’s. Deze artistieke keuze van Pilgrim is een verwijzing naar de camcorder, die in de jaren zeventig gemarginaliseerde maatschappelijke groepen de kans gaf zichzelf te laten zien op een manier die de beeldvorming van de reguliere mediakanalen oversteeg. Door zelf te kiezen wat zij wilden filmen, werden de jongeren en de daklozen uitgedaagd om na te denken over de betekenis van het vastleggen. Wat is de betekenis van film als documentatie in een tijd waarin je identiteitsbewijs soms nog het enige document van waarde lijkt te zijn?

Pilgrims uiteindelijke doel is om de opnames van anderen te integreren in zijn eigen filmische materiaal en liedjes, als een organisch samenwerkingsproces. De teksten van zijn liedjes ontstaan ook vaak naar aanleiding van interacties, in dit geval met de jongeren en de daklozengemeenschap. In de teksten wordt stromend water verweven met het idee van een thuis, verlies en documentatie, een samenspel van identiteitspijlers dat wordt samengevat in de titel van de film: de onderstroom van ecologisch bewustzijn is bestaansrecht.

Intersectionaliteit

Net als veel andere queerjongeren voelde Pilgrim zich tijdens zijn jeugd geïsoleerd in het dagelijks leven. Omdat hij geen andere LHBTQ+-mensen kende, besloot hij online te zoeken naar verwantschappen met gelijkgezinden. Pilgrim is altijd politiek geëngageerd geweest en al op jonge leeftijd besloot hij de kerkgemeenschap van zijn familie te verlaten om zich aan te sluiten bij de Quakers, een spirituele, pacifistische organisatie. Pilgrims verlangen naar verwantschap en zijn strijd voor gelijke rechten worden weerspiegeld in de manier waarop identiteit, leven en werk voor hem in elkaar overvloeien en sluiten aan bij de lading van de door hem gewaardeerde term the personal is political. 

In alle aspecten van zijn praktijk hanteert Pilgrim het feministische principe van de intersectionaliteit, de gedachte dat discriminatie en onderdrukking samenhangen met een combinatie van sociale factoren zoals etniciteit, gender, geaardheid, leeftijd en beperkingen. Dit ‘kruispuntdenken’ staat centraal in zijn muziek, films, installaties, performances, tekeningen en slogans, waarmee hij dwarsverbanden op het gebied van ongelijkheid zichtbaar maakt. Zijn werk concentreert zich de laatste jaren op participatieve workshops waarvoor hij specifieke doelgroepen uitnodigt. Samen met de workshopdeelnemers werkt hij aan oefeningen zoals het maken van oogcontact, of het zich gezamenlijk verplaatsen in een ruimte. Muziek is een belangrijk hulpmiddel voor het leggen van verbanden. De als klassiek musicus opgeleide Pilgrim beschouwt muziek als iets wat je ongeacht je achtergrond met elkaar gemeen kunt hebben, en dat uitdrukking kan geven aan gedeelde emoties. Zijn muziek en songteksten combineert hij met een hoge mate van visuele stilering. In zijn beelden is veel aandacht voor gezichtsuitdrukkingen en onderling contact, vastgelegd in vaak langzaam verglijdende, filmische shots. Deze stilering komt voort uit Pilgrims zorgzame persoonlijkheid; in moeilijke tijden kan een mooie tekst of een mooi beeld immers een pleister op de wonde zijn. Zijn experiment met de vloggers roept dan ook de vraag op of je genoeg hebt aan een pleister of toch beter de wond zelf kan laten zien. 

Online bubbels

Pilgrim heeft een kritische houding ten opzichte van het politieke klimaat van de afgelopen jaren, dat gepolariseerd en verhard is als gevolg van, in zijn ogen catastrofale, gebeurtenissen als de brexit en de verkiezing van Donald Trump als President van de Verenigde Staten. Algoritmen achter online platforms zoals Facebook hebben zichzelf versterkende online bubbels gecreëerd die verdeeldheid in de hand werken. In The Undercurrent, is het spanningsveld tussen de wereldwijde online community van de jongeren en hun fysieke wortels in Idaho een belangrijk uitgangspunt. Maar ook in zijn andere werken staat technologie centraal. Een belangrijke drijfveer hierachter is het feit dat Pilgrims eigen identiteit vorm kreeg doordat hij net als andere jongeren van zijn generatie YouTube ging gebruiken voor het zoeken naar verwantschappen en het luisteren naar de levensverhalen van anderen. Daardoor snijdt het mes in zijn werk altijd aan twee kanten: onderdrukte mensen kunnen kracht putten uit verhalen waar zij affiniteit mee hebben, maar hij stelt ook een breed publiek in staat om meer begrip en compassie op te brengen voor deze onderdrukte stemmen in de maatschappij. 

Tegenover deze online comfortzones stelt Pilgrim dat de fysieke samenkomst van mensen een belangrijk instrument kan zijn in de strijd tegen polarisering. Van 2016 tot 2018 werkte hij aan Software Garden, een omvangrijk werk dat bestaat uit elf videoclips en een live concert, waarbij de fysieke ontmoeting centraal staat. Hij nodigde mensen uit om achter hun beeldscherm vandaan te komen en technologie te gebruiken als aanjager van interacties tussen mensen van verschillende leeftijden en met verschillende politieke, etnische, religieuze en sociaaleconomische achtergronden. De videoclips waren van november 2018 tot maart 2019 te zien als een aan elkaar geschakelde film in Freedom of Movement, Gemeentelijke kunstaankopen in het Stedelijk Museum Amsterdam. Centraal in dit werk staat de dichter Carol R. Kallend, die als verteller het album heeft ingesproken. Kallend is een voorvechter van de rechten van mensen met een fysieke beperking wier Disability Living Allowance (een Britse uitkering voor gehandicapten) is stopgezet. Ze zegt: “The lone dreg speaks back. I am not a dreg of society. I am a loved and wanted person. I am not a dependent person, I am an interdependent person. A skilled poet, not a heterosexual woman, a skilled survivor in today’s times”. Kallend verlangt naar de technologie die haar weer het gevoel kan geven onafhankelijk en menselijk te zijn, zonder dat ze zich vernederd hoeft te voelen en afhankelijk hoeft te zijn van de compassie van anderen. Haar inbreng biedt een ongebruikelijke kijk op zorgzaamheid, waarbij de mens zelf op dit moment mogelijk niet het meest geschikt is om menselijke zorg te bieden. 

Ter introductie van het concert dat in het kader van dezelfde tentoonstelling werd gegeven – een combinatie van poëzie, gesproken woord, muziek en dans, met gastoptredens van songwriter Robyn Haddon, choreograaf, kunstenaar en performer Casper-Malte Augusta en de zanger/rapper Daisy Rodrigues – klonk de stem van Kallend opnieuw. Omdat zij niet in staat was om te reizen, sloot zij zich vanuit haar woonkamer via Skype aan bij de aanwezigen in het Stedelijk Museum. Haar gezicht werd geprojecteerd op een groot beeldscherm. Door virtueel aanwezig te zijn, werd er een brug geslagen tussen haar fysieke afwezigheid, de andere performers en het publiek. Uiteindelijk werd het publiek uitgenodigd om in het midden van de ruimte te dansen. Het werk geeft uitdrukking aan de breedgedragen behoefte om het menselijke, ecologische en technologische te verbinden aan zorg en empathie. Het gaat uit van de feministische denkwijze van Donna Haraway, die stelt dat technologie nu eenmaal onderdeel uitmaakt van onze identiteit en dus opgenomen moet worden in de posthumane structuur van onze maatschappij. Maar dan wél op een zorgzame manier. 

Zowel Software Garden als vele andere werken uit Pilgrims praktijk, waaronder The Undercurrent, refereren aan gebeurtenissen waarbij politici en overheden bepaalde groepen bewust achterstellen ten gunste van economische belangen. Zijn voorstel om het klimaat te bekijken vanuit het perspectief van onder andere verlies, komt voort uit al zijn eerdere samenwerkingen. Daarbij werd hij gewezen op de dingen die we als maatschappij zijn verloren of aan het verliezen zijn. Verschuivingen in onze zorgzaamheid voor, en betrokkenheid bij anderen vinden plaats op iedere denkbare schaal: als individuele verliezen, maar ook als de ontwrichting van complete sociale welvaartssystemen en de planeet die we maar niet willen redden. Toch is Pilgrim optimistisch over de toekomst en vertrouwt hij erop dat de vraag om verandering, zoals die opklinkt uit het protest van Thunberg, de acties van Neupert, de woorden van Kallend en zijn eigen praktijk, op enig moment zal leiden tot een wereld waarin mensen verbonden zijn. Waar zij verbanden aangaan voorbij de sociale stratificatie zoals we die nu kennen en daarmee een verschuiving teweegbrengen.


Voor de totstandkoming van dit essay dank ik Rory Pilgrim voor zijn openheid en vertrouwen.


Catalogue by Jap Sam Books. ISBN: 978-94-92852-16-8. Graphic design by Lesley Moore. 144 pages. 17 x 24 cm. Paperback. Dutch/English. With texts by Sacha Bronwasser, Maarten Buser, Brenda Tempelaar, Sophia Zürcher, Mirjam Beerman, Eelco van der Lingen.