The practice of Brenda Tempelaar focuses on independent art production.


UX, User Experience, U and X, , 2020

We I would like to invite you to become part of The Practice of Brenda Tempelaar.

You could define an exhibition as a cultural field of inter-human energy exchange, mediated on the basis of public interaction with artistic objects (works of art) and processes. In recent years, this field has increasingly adopted the market’s way of thinking: the show must go on—even when art spaces are less accessible at the time of a pandemic. While in art people used to express themselves more often critically or condescendingly about market mechanisms, economic success under the influence of years of political flattening has become the only language in which the importance of works in an art space can be expressed.

In UX, User Experience, U and X, interests that play a role in the existence of art in addition to generating income are reconsidered. Before the start of the exhibition, a field is set out in which the relationships between individuals (users), digital, cultural and public operating systems can manifest themselves on the basis of different interests. The field has the character of a coworking space with a number of variable ornaments that transform the space into a place that invites team performance, exchange of information and community spirit. It invites to observe and assume the role of User Experience designer. UX designers doubt whether their practice still serves optimal user experiences, or whether it is increasingly guided by capitalist intentions and the coherent limitation of the scope of the concept of user experience applied exclusively for marketing purposes. By comparing the conflicting interests of a UX designer with artistic practice, the exhibition aims to reveal a field of tension that has become increasingly pertinent in the artistic field: does an exhibition serve the interests of the artist, the institution or the public? And where do these interests meet?

This basis serves to collectively question the optimal use of art spaces, the exhibition medium and the art experience at a time characterised by persistent market thinking within art, aimed at individual success and competition within a culture that functions on the basis of time pressure and high performance. By asking other artists and unknown users to collectively join The Practice of Brenda Tempelaar, the roots of individual marketing and authorship in art are traced and eroded, in harmonious and conflicting moments. In addition, this distancing of the personal name inviting others to join the personal name of the artist creates a different form of address, and possibly a different liability between users. The host institution A Tale of A Tub and the public are also invited to affiliate and become stakeholders in this practice.


UX, User Experience, U and X is supported by the Municipality of Rotterdam and the Mondriaan Fund.


Book your tickets for the coworking space here.
It is currently not possible to book the coworking space.

UX, User Experience, U and X on 19 November 2020
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio
Photo: LNDWstudio


Our House is on Fire, , 2019
Photo and design by Lesley Moore
Photo: Rory Pilgrim


Ons huis staat in brand
Brenda Tempelaar


We flow downstream like a stream should do
Even through crisis – Rory Pilgrim, The Undercurrent

In februari 2019 werd in Davos, Zwitserland het Wereld Economisch Forum georganiseerd – een bijeenkomst van invloedrijke CEO’s en andere maatschappelijke leiders, die ieder jaar collectief werken aan wereldwijde en regionale agenda’s. Dit jaar maakten zij plannen om het klimaatakkoord van Parijs te handhaven en op schone energie over te stappen. Maar voor veel jongeren waren die goede voornemens niet genoeg en zij luidden de noodklok met een protestbeweging. De zestienjarige Zweedse Greta Thunberg sprak op het forum en vroeg om acute verbetering: ‘Our house is on fire. I am here to say, our house is on fire. […] I don’t want you to be hopeful. I want you to panic. I want you to feel the fear I feel every day. And then I want you to act.’ Thunbergs hashtag #FridaysForTheFuture kreeg ook in Boise, Idaho gevolg. Daar werd queer-activist Liam Neupert het gezicht van de studentenstaking. Hij spijbelde iedere vrijdag om bij het stadhuis te pleiten voor meer bestuurlijke initiatieven om klimaatverandering terug te draaien. Tegelijkertijd is Neupert actief in de Add the Words-beweging, die wetgevers moet overhalen om de begrippen sexual orientation (seksuele geaardheid)en gender expression or identity (genderexpressie of -identiteit)toe te voegen aan de antidiscriminatiewet. Alleen door het toevoegen van deze begrippen zou een veilige toekomst voor iedereen bereikbaar worden. 

Toen Rory Pilgrim een open oproep deed aan jongeren uit de omgeving van Boise om deel te nemen aan een workshop over ecologisch bewustzijn in relatie tot begrippen als thuis, onderdak, verlies en aanpassing, meldde Neupert zich ook aan. Pilgrim gaf hem en acht anderen een podium dat fundamenteel anders is dan de microfoon op het Wereld Economisch Forum of het stadhuis in Boise: in zijn workshop werd er namelijk écht naar hen geluisterd.

Onderstroom

De klimaatcrisis treft minderheidsgroepen, zoals de queergemeenschap, harder dan jongeren die niet gemarginaliseerd worden. Dat komt omdat discriminatie op grond van seksualiteit is toegestaan, en ze daardoor minder kans op een stabiel inkomen hebben en ze in hun toegang tot een gezonde leefomgeving worden beperkt. Daarom gingen de gesprekken in Boise niet alleen over ecologisch bewustzijn, maar ook over de belevingswereld en identiteit van deze jongeren in het algemeen. Pilgrim vroeg de jongeren wat voor hen onzichtbaar was. Zij gaven daarop verrassende antwoorden, zoals: de chemie tussen mensen, gemeenschappen op straat en geld. Hun antwoorden geven aan hoe moeilijk het is voor jongeren om gehoord te worden in een ‘rode’ (republikeinse) staat met een ‘blauw’ (democratisch) stadshart. Boise is één van de meest geïsoleerde steden in de Verenigde Staten en de verdeeldheid tussen stad en platteland is groot. De jongeren stuiten niet alleen op een generatiekloof, maar ook op politieke verdeeldheid in een politiek klimaat waarin men niet vooruit maar achteruit denkt, zoals ook duidelijk gemaakt wordt met Trumps campagneslogan Make America Great Again. Weggaan willen de jongeren evenmin; Boise is hun thuis en dat willen zij zo comfortabel mogelijk inrichten voor de volgende generaties. 

Naar aanleiding van de workshops maakte Pilgrim voor de Prix de Rome The Undercurrent, een film waarin de relatie tussen ecologisch bewustzijn en de sociale wortels van de jongeren centraal staat. The Undercurrent verbindt twee uit Boise afkomstige groeperingen – jongeren en daklozen – en laat de meerstemmigheid horen van grote groepen mensen die door de politiek en de overheid over het hoofd worden gezien. De opnames werden vaak gemaakt in een huiselijke setting, als metafoor voor Boise als thuisbasis. Er werden ook opnames gemaakt bij Craters of the Moon, een vulkanisch natuurgebied waar de jongeren hun stemmen als menselijke microfoons over het weidse landschap lieten schallen. De tegenstelling tussen de huiselijke setting en het weidse landschap roept de vraag op waar een veilig thuis begint. Is het een dak boven je hoofd, de grond waarop je opgroeit of de reikwijdte van je stem? 

De tweede verhaallijn in de film toont de daklozengemeenschap in Boise, een andere sociale groep waar relatief weinig naar geluisterd wordt. Pilgrim werkte hiervoor samen met het Interfaith daklozencentrum, waar hij workshops gaf aan zes daklozen en interviews afnam die – noodzakelijkerwijs – vooral buiten werden opgenomen. Ook aan de daklozen vroeg Pilgrim wat voor hen onzichtbaar was, een vraag die onlosmakelijk verbonden is met hun marginale status, aangezien zij op veel plaatsen ter wereld aan het straatbeeld onttrokken worden. 

Net zoals hedendaagse vloggers filmden de workshopdeelnemers zichzelf met hun eigen smartphonecamera’s. Deze artistieke keuze van Pilgrim is een verwijzing naar de camcorder, die in de jaren zeventig gemarginaliseerde maatschappelijke groepen de kans gaf zichzelf te laten zien op een manier die de beeldvorming van de reguliere mediakanalen oversteeg. Door zelf te kiezen wat zij wilden filmen, werden de jongeren en de daklozen uitgedaagd om na te denken over de betekenis van het vastleggen. Wat is de betekenis van film als documentatie in een tijd waarin je identiteitsbewijs soms nog het enige document van waarde lijkt te zijn?

Pilgrims uiteindelijke doel is om de opnames van anderen te integreren in zijn eigen filmische materiaal en liedjes, als een organisch samenwerkingsproces. De teksten van zijn liedjes ontstaan ook vaak naar aanleiding van interacties, in dit geval met de jongeren en de daklozengemeenschap. In de teksten wordt stromend water verweven met het idee van een thuis, verlies en documentatie, een samenspel van identiteitspijlers dat wordt samengevat in de titel van de film: de onderstroom van ecologisch bewustzijn is bestaansrecht.

Intersectionaliteit

Net als veel andere queerjongeren voelde Pilgrim zich tijdens zijn jeugd geïsoleerd in het dagelijks leven. Omdat hij geen andere LHBTQ+-mensen kende, besloot hij online te zoeken naar verwantschappen met gelijkgezinden. Pilgrim is altijd politiek geëngageerd geweest en al op jonge leeftijd besloot hij de kerkgemeenschap van zijn familie te verlaten om zich aan te sluiten bij de Quakers, een spirituele, pacifistische organisatie. Pilgrims verlangen naar verwantschap en zijn strijd voor gelijke rechten worden weerspiegeld in de manier waarop identiteit, leven en werk voor hem in elkaar overvloeien en sluiten aan bij de lading van de door hem gewaardeerde term the personal is political. 

In alle aspecten van zijn praktijk hanteert Pilgrim het feministische principe van de intersectionaliteit, de gedachte dat discriminatie en onderdrukking samenhangen met een combinatie van sociale factoren zoals etniciteit, gender, geaardheid, leeftijd en beperkingen. Dit ‘kruispuntdenken’ staat centraal in zijn muziek, films, installaties, performances, tekeningen en slogans, waarmee hij dwarsverbanden op het gebied van ongelijkheid zichtbaar maakt. Zijn werk concentreert zich de laatste jaren op participatieve workshops waarvoor hij specifieke doelgroepen uitnodigt. Samen met de workshopdeelnemers werkt hij aan oefeningen zoals het maken van oogcontact, of het zich gezamenlijk verplaatsen in een ruimte. Muziek is een belangrijk hulpmiddel voor het leggen van verbanden. De als klassiek musicus opgeleide Pilgrim beschouwt muziek als iets wat je ongeacht je achtergrond met elkaar gemeen kunt hebben, en dat uitdrukking kan geven aan gedeelde emoties. Zijn muziek en songteksten combineert hij met een hoge mate van visuele stilering. In zijn beelden is veel aandacht voor gezichtsuitdrukkingen en onderling contact, vastgelegd in vaak langzaam verglijdende, filmische shots. Deze stilering komt voort uit Pilgrims zorgzame persoonlijkheid; in moeilijke tijden kan een mooie tekst of een mooi beeld immers een pleister op de wonde zijn. Zijn experiment met de vloggers roept dan ook de vraag op of je genoeg hebt aan een pleister of toch beter de wond zelf kan laten zien. 

Online bubbels

Pilgrim heeft een kritische houding ten opzichte van het politieke klimaat van de afgelopen jaren, dat gepolariseerd en verhard is als gevolg van, in zijn ogen catastrofale, gebeurtenissen als de brexit en de verkiezing van Donald Trump als President van de Verenigde Staten. Algoritmen achter online platforms zoals Facebook hebben zichzelf versterkende online bubbels gecreëerd die verdeeldheid in de hand werken. In The Undercurrent, is het spanningsveld tussen de wereldwijde online community van de jongeren en hun fysieke wortels in Idaho een belangrijk uitgangspunt. Maar ook in zijn andere werken staat technologie centraal. Een belangrijke drijfveer hierachter is het feit dat Pilgrims eigen identiteit vorm kreeg doordat hij net als andere jongeren van zijn generatie YouTube ging gebruiken voor het zoeken naar verwantschappen en het luisteren naar de levensverhalen van anderen. Daardoor snijdt het mes in zijn werk altijd aan twee kanten: onderdrukte mensen kunnen kracht putten uit verhalen waar zij affiniteit mee hebben, maar hij stelt ook een breed publiek in staat om meer begrip en compassie op te brengen voor deze onderdrukte stemmen in de maatschappij. 

Tegenover deze online comfortzones stelt Pilgrim dat de fysieke samenkomst van mensen een belangrijk instrument kan zijn in de strijd tegen polarisering. Van 2016 tot 2018 werkte hij aan Software Garden, een omvangrijk werk dat bestaat uit elf videoclips en een live concert, waarbij de fysieke ontmoeting centraal staat. Hij nodigde mensen uit om achter hun beeldscherm vandaan te komen en technologie te gebruiken als aanjager van interacties tussen mensen van verschillende leeftijden en met verschillende politieke, etnische, religieuze en sociaaleconomische achtergronden. De videoclips waren van november 2018 tot maart 2019 te zien als een aan elkaar geschakelde film in Freedom of Movement, Gemeentelijke kunstaankopen in het Stedelijk Museum Amsterdam. Centraal in dit werk staat de dichter Carol R. Kallend, die als verteller het album heeft ingesproken. Kallend is een voorvechter van de rechten van mensen met een fysieke beperking wier Disability Living Allowance (een Britse uitkering voor gehandicapten) is stopgezet. Ze zegt: “The lone dreg speaks back. I am not a dreg of society. I am a loved and wanted person. I am not a dependent person, I am an interdependent person. A skilled poet, not a heterosexual woman, a skilled survivor in today’s times”. Kallend verlangt naar de technologie die haar weer het gevoel kan geven onafhankelijk en menselijk te zijn, zonder dat ze zich vernederd hoeft te voelen en afhankelijk hoeft te zijn van de compassie van anderen. Haar inbreng biedt een ongebruikelijke kijk op zorgzaamheid, waarbij de mens zelf op dit moment mogelijk niet het meest geschikt is om menselijke zorg te bieden. 

Ter introductie van het concert dat in het kader van dezelfde tentoonstelling werd gegeven – een combinatie van poëzie, gesproken woord, muziek en dans, met gastoptredens van songwriter Robyn Haddon, choreograaf, kunstenaar en performer Casper-Malte Augusta en de zanger/rapper Daisy Rodrigues – klonk de stem van Kallend opnieuw. Omdat zij niet in staat was om te reizen, sloot zij zich vanuit haar woonkamer via Skype aan bij de aanwezigen in het Stedelijk Museum. Haar gezicht werd geprojecteerd op een groot beeldscherm. Door virtueel aanwezig te zijn, werd er een brug geslagen tussen haar fysieke afwezigheid, de andere performers en het publiek. Uiteindelijk werd het publiek uitgenodigd om in het midden van de ruimte te dansen. Het werk geeft uitdrukking aan de breedgedragen behoefte om het menselijke, ecologische en technologische te verbinden aan zorg en empathie. Het gaat uit van de feministische denkwijze van Donna Haraway, die stelt dat technologie nu eenmaal onderdeel uitmaakt van onze identiteit en dus opgenomen moet worden in de posthumane structuur van onze maatschappij. Maar dan wél op een zorgzame manier. 

Zowel Software Garden als vele andere werken uit Pilgrims praktijk, waaronder The Undercurrent, refereren aan gebeurtenissen waarbij politici en overheden bepaalde groepen bewust achterstellen ten gunste van economische belangen. Zijn voorstel om het klimaat te bekijken vanuit het perspectief van onder andere verlies, komt voort uit al zijn eerdere samenwerkingen. Daarbij werd hij gewezen op de dingen die we als maatschappij zijn verloren of aan het verliezen zijn. Verschuivingen in onze zorgzaamheid voor, en betrokkenheid bij anderen vinden plaats op iedere denkbare schaal: als individuele verliezen, maar ook als de ontwrichting van complete sociale welvaartssystemen en de planeet die we maar niet willen redden. Toch is Pilgrim optimistisch over de toekomst en vertrouwt hij erop dat de vraag om verandering, zoals die opklinkt uit het protest van Thunberg, de acties van Neupert, de woorden van Kallend en zijn eigen praktijk, op enig moment zal leiden tot een wereld waarin mensen verbonden zijn. Waar zij verbanden aangaan voorbij de sociale stratificatie zoals we die nu kennen en daarmee een verschuiving teweegbrengen.


Voor de totstandkoming van dit essay dank ik Rory Pilgrim voor zijn openheid en vertrouwen.


Catalogue by Jap Sam Books. ISBN: 978-94-92852-16-8. Graphic design by Lesley Moore. 144 pages. 17 x 24 cm. Paperback. Dutch/English. With texts by Sacha Bronwasser, Maarten Buser, Brenda Tempelaar, Sophia Zürcher, Mirjam Beerman, Eelco van der Lingen.



The Responsive W, , 2019

1 The Responsive W is a proposal for a scenography to be executed in the exhibition Prospects & Concepts. The proposal consists of zig-zag black marks in a white space. From a conceptual point of view, I am interested in this scenography because it’s deceptively simple. What looks like walls are actually pieces of branding, that fit precisely into the void left by fictional artworks. I immediately pictured over 60 artists using, relocating and rotating the objects to highlight their individual requirements, and at the same time, create a shared element. Inspiration for the design comes from the graphic identity of the Whitney Museum in New York.

The Responsive W is a proposal for a scenography to be executed in the exhibition Prospects & Concepts. The proposal consists of zig-zag black marks in a white space. From a conceptual point of view, I am interested in this scenography because it’s deceptively simple. What looks like walls are actually pieces of branding, that fit precisely into the void left by fictional artworks. I immediately pictured over 60 artists using, relocating and rotating the objects to highlight their individual requirements, and at the same time, create a shared element. Inspiration for the design comes from the graphic identity of the Whitney Museum in New York.

When Experimental jetset released the graphic identity in 2013, they noted that it was unlike most of their projects in the sense that they would not be designing the museum’s output. Graphic designers would follow their instructions to create posters and invitations. Experimental Jetset expressed their hopes that future designers working with the graphic identity they developed for them, would be able to use it as a platform for their own authorship, and to leave their fingerprint within it. After all, a graphic identity could and should never be a machine in which one simply inputs a title and an image, and out rolls an invitation. It will always be human process, in which the aesthetic and conceptual decisions made by the graphic designer play an essential role, a role that can never be skipped or erased.

Hey, I wondered whether this ruleset could be transformed into something spatial, something in which an infinite amount of fingerprints could be left behind, but unfortunately, the proposal was rejected by the curator of the show.

M – Het Mondriaan Fonds organiseert de tentoonstelling Prospects & Concepts jaarlijks om de zichtbaarheid van beginnende beeldend kunstenaars een extra impuls te geven. Door de gelijktijdigheid met Art Rotterdam krijgen kunstprofessionals en verzamelaars maar ook een brede groep geïnteresseerden de mogelijkheid met het werk van talentvolle kunstenaars kennis te maken. Kunstenaars die eerder aan de tentoonstelling deelnamen ontvingen vaak positieve respons wat kon leiden tot aankopen, aanbiedingen van galleries, uitnodigingen voor tentoonstellingen, opdrachten en andere interessante contacten. Bovendien is de tentoonstelling ook op te vatten als een openbare verantwoording voor de werkwijze van het Mondriaan Fonds. Bij de tentoonstelling wordt ook een publicatie gemaakt en een publieksprogramma georganiseerd.

2 – Initially, Experimental Jetset’s only wanted to give the Whitney museum a set of five instructions in return for their money:

1. divide the available area in four successive parts

2. draw a line in the first space, from the left upper corner to the right bottom corner

3. draw a line in the second space, from the left bottom corner to the right upper corner

4. draw a line in the third space, from the left upper corner to the right bottom corner

5. draw a line in the fourth space, from the left bottom corner to the right upper corner

When you invited me to think about a scenographic intervention in the exhibition, I thought along these black lines, and I had to think of an excerpt in the documentation provided on the Whitney’s W: the white background represents nothing. The black mark represents something. It’s the clearest expression of mankind leaving traces in a given environment and thereby irreversibly altering this environment. And, as it happens, the zig-zag also resembles a capital M.

As a visitor of the exhibition, I wonder why white walls are still the point of departure when it comes to showing upcoming artists. Therefore the proposal I sent you consists of black marks. Because of their flexible nature and modular design, the black marks can be used to form an alternative for the workspace that was part of previous editions of the exhibition. The workspace represents the idea of process, of art in its raw state. It’s presented as an addition, secondary to the main programme. But in an exhibition like this, who decides on the hierarchy between primary and secondary architecture?

M – Graag informeer ik je dat de hal heel hoog is (goed om rekening mee te houden i.v.m. de akoestiek) en de kleur van de wanden wordt betongrijs.

3 – You think it’s catchy, the part where I question white walls for the presentation of upcoming artists. It resonates with your plans to paint all the walls of the exhibition grey, to match the floors. Contrary to previous curators in your position, you are emphasising that this exhibition is not part of the fair but an exhibition in the same building. But painting the walls is a big commitment. Are you committing to the articulation of an alternative for the gallery and the art market?

I have given this subject a lot of thought and I am curious about your findings, because I know that it can be difficult to negotiate between demands and interests.

Because both for artists and for curators, negotiating is an interesting game. The level of success, for any negotiator, depends on your ability and willingness to walk way and take another deal. Before arriving at the bargaining table, wise negotiators spend significant time identifying their best alternative to a negotiated agreement, and take steps to improve it. Secondly, it’s important for negotiations to acknowledge difficulties. Difficult feelings, like frustration, might be behind the message without you knowing.

I also learned that people in negotiations sometimes bet about how future events will unfold. For example, if you doubt that someone can finish the job in let’s say three months, you can agree on a penalty for late completion or reward for early completion. If they truly believe their claims, they should have no problem accepting such terms.

Now I am thinking about the penalties and rewards curators and artists could establish among themselves whenever one of them or both are unable to uphold their parts of the agreement. After all, a committee of experts decided that the following applies to my work:

M – “de artistieke prestaties van de kunstenaar zullen zich naar verwachting ontwikkelen tot een betekenisvolle bijdrage aan de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Belangrijk daarbij is de samenhang tussen de artistieke uitgangspunten van de kunstenaar en de wijze waarop deze tot uitdrukking komen in het werk. Daarbij kan onder andere worden gekeken naar de inhoudelijke betekenis van het concept, de verbeeldingskracht van de kunstenaar en de beheersing van de gekozen middelen. Verder wordt bekeken hoe werk en opvattingen zich verhouden tot de historische en actuele context”.

So if we thought of these terms as mutual promises, could you still decline my proposal?

M – De opbouwperiode is kort en het aantal deelnemers is erg groot (67 kunstenaars). De inrichting van de tentoonstelling wordt gedaan door de curator. Op haar aanwijzingen wordt het installeren van de werken verzorgd door een professionele hangploeg van het Mondriaan Fonds. Zij zullen daarbij zo veel mogelijk rekening houden met jullie technische instructies die je op het bruikleenformulier kunt aangeven.

4 – While you were talking, I was thinking. I was thinking about the consequences of this plot twist. First I thought that it made my proposal irrelevant, because it was based on black marks in a white space. You know, the white background represents nothing, the black mark represents something. I’m not sure what grey represents, but I guess it must be the space in between nothing and something. Both absent and present, at the same time. White is unsaid. Black is a statement. Grey is a statement unsaid.

But who is looking for a statement here anyway? You explained that an art fair is not the right environment for a meta perspective. The audience will be overwhelmed by an overdose of information and it won’t be understood or valued.

So we settle on a form that both of us are pleased with. You call it an artist talk. You’re happy because my position in the exhibition is finally settled. And I’m happy because it opens up new possibilities for my proposal. Moving forward, the exhibition is finally taking shape and everybody starts to think about the final form. So much so that from this moment on, we never speak again.

M – Hierbij stuur ik je informatie over de catalogus die zal verschijnen bij Prospects & Concepts 2019. Alle deelnemers krijgen daarin 1 afbeelding en een door een kunsthistoricus geschreven korte tekst over het (getoonde) werk. Deze tekst krijg je te lezen voor het naar de ontwerpers gaat. De curator zal een inleidende tekst schrijven.

Een enigszins ruime selectie is fijn, zodat de ontwerpers iets te kiezen hebben.

Art historian – Brenda Tempelaar kijkt met een filosofische blik naar de kunstwereld. Ze onderzoekt wat mensen als vanzelfsprekend accepteren en voor waar aannemen en trekt die aannames in haar werk in twijfel. Daarbij richt ze zich vooral op de plekken waarin kunst wordt tentoongesteld en de manier waarop die betekenis geven aan objecten. Die betekenis kan beïnvloed worden door de locatie of de opbouw van een tentoonstelling, door het beleid of de typografie van een instelling, door de manier waarop werk wordt gearchiveerd of bijvoorbeeld door de software die wordt gebruikt in museum-apps. ‘Mijn doel is om twijfel te veroorzaken, door zowel kritisch als poëtisch te zijn. Ik geloof dat die twijfel nodig is om nieuwe perspectieven te vinden op de veranderlijkheid van tentoonstellingsruimtes, kunstwerken, geschiedenis, innovatie, kunstenaars, curatoren en publiek.’ Voor Tempelaar zijn kunsttentoonstellingen en kunstpublicaties dan ook belangrijke media om op te reflecteren. Haar werk op Prospects & Concepts is een lezing en video-rendering waarin ze de huisstijl, met name de grafische lijn van de letter W, analyseert die het ontwerpcollectief Experimental Jetset ontwierp voor het Whitney Museum in New York. De ontwerpers van Experimental Jetset lieten zich inspireren door een tekst van Donna De Salvo, chief curator en deputy Director for Programs in het Whitney Museum of American Art: “It would be much easier to present the history of art as a simplistic line – but that’s not the Whitney”. This sentence immediately conjured up an image, a shape. It also begged the question: if the history of art should not be seen as a simplistic, straight line – then how should it be seen instead?[…]”

5 – It’s funny how the art historian’s description of The Responsive W focusses on the analysis of the graphic line, which is interesting but not really the point. The point is that I wanted to make a mark.

To visualise that in the exhibition catalogue, I’m browsing a folder called 2018_Responsive_W. Subfolders contain a combined total of over 20.000 rendered JPEGs. The option of forwarding it to the designers, entirely, crosses my mind. It’s truly remarkable, the amount of people involved in the artistic choices to be made prior to this moment. As if everybody’s fingerprint is already on the proposal before it’s even executed.



brenda @ brendatempelaar . nl